(P)REAMBULE
Geschiedenis van mijn woede // Anthologie van het enthousiasme
een contract in Instagramposts
1. 13/02/2025
Iedere rechte lijn in een carrière is kunstmatig. Zo is het ook in een oeuvre. Hier, in de grote presentatie aan de wereld, een pose een stilstand die niet bestaat, kondig ik met deze kat achter glas; een schitterende metafoor voor wat ooit het debuteren was; morgen mijn tweede roman aan.
@Uitgeverij De Geus
2. 14/02/2025
Wanneer ik ’s avonds afwas en het repetitieve in het centrum van mijn aandacht houd, formuleert zich in een bijgedachte van een dagdroom uit een verdwaalde bijgedachte een resolutie voor het vraagstuk waar ik die dag urenlang in bevroor. Ik laat alles vallen en klem er onmiddellijk mijn vizier op vast. Op mijn vrolijke pantoffels leun ik tegen de muur van de keuken en ik timmer het idee neer in de notities van mij smartphone. Daar bouw ik dan ’s anderendaags op voort. Alleen heeft niet elk idee tijdens zo’n uur op automatische piloot betrekking op een probleem, of op een machine reeds in opbouw. Ideeën kies je niet. Uit hygiënische overwegingen dringen zich nieuwe structuren op.
Gedebuteerd beving mij de nood aan een overzicht. Onderstaand is een stamboom van mijn oeuvre, de nadruk op de negen romanprojecten, de dichtbundel en de film die ontstonden in de marge van Krank.
Schrijven op een wit blad gebeurt nooit. Verhoud je je niet tot wat je ziet, leest, beleeft of aangedaan wordt, dan op z’n minst tot wat je eerder schreef en voorts wil schrijven. Er is altijd dat moment waarop je een nieuwe vondst aftoetst aan wat er reeds ligt. Wit bestaat niet in de wereld. Een zuiver begin is een illusie zoals het onzinnig is te eindigen op een zuiver punt waar alles zich vlekkeloos insnoert, de horizon incluis.
In een vernesteling trek je aan een draadje, een nieuwe knobbel onthult zich; daarop vangt lustig het kauwen aan, met weer een nieuw werk als resultaat dat zich onder de trage natuur van de praktijk weer verstrengelt in het onoverzichtelijke geheel.
Het is met het schrijven zoals het met iedereen is over het algemeen: een volwassene is een kind zeeziek onder de administratie van zijn plezier. Met een groeiend wantrouwen jegens ieder ordebeginsel dat bijzaak van hoofdzaak scheidt, begint een literaire grote kuis bij de vraag naar samenspel, improvisatie en reislichtheid. Welke structuur kon ik opzetten die in plaats van de verte van de finale boodschap de diepte van de pagina dient?
3. 27/02/2025
Vanmorgen klom een moedig molletje de stenen fontein in mijn voortuin op. Hij schrok om hoe hij achteruit gleed. Hij deed zijn uiterste best zijn nagels in het steen te planten, tevergeefs; krampachtig drukte hij de borst tegen het koude steen. De brievenbus ondertussen geleegd vatte ik de schrijfdag aan.
Ik had mijn gebruikelijke losse planning te volgen. Ijsbeerde weinig gemotiveerd in mijn kantoor. Ik herinnerde mij het molletje. Ik opende het raam. De mol had de poel bovenaan de fontein bereikt. Hij ruziede er met een mus. Beiden sloegen ze om beurten geïrriteerd in het water, gelijkaardig aan hoe filosofen met pruiken op hout slaan. Ik liet een stethoscoop zakken, tot net boven de stenen fontein, om hen af te luisteren.
De mol legde de mus zijn problemen voor bij het werk aan de molshooptekening. Vaak weet ik niet of ik naar links of naar rechts moet. Of wanneer. Of waarom. Iedere doorbraak die ik met de tekening maak is per ongeluk. Het is dus onmogelijk de vooruitgang die ik maak te voorspellen. Vaak daagt het me plots dat ik dus ook niet weet waar de vallen liggen, of de bommen. Ik bedenk mij altijd dat het beter is die gedachte die ik net dacht te vergeten. Wat zit ik ook in die tunnel te doen als ik mij niet focus op mijn graafwerk? Dit alles, sloot de mol af, zou dus een beetje mijn vertraging verklaren. Over de molhooptekening kan ik eigenlijk alleen maar zeggen dat ik er niets over kan zeggen.
De mus had aandachtig geluisterd, en luisterde nog steeds aandachtig. Hij had vaak geknikt en hij bleef luisteren, knikkend, verder knikkend, onverschillig op den duur en geharnast zonder enige haast in het formuleren van een tegenwoord of goeie raad. Ja, spoorde de mus de mol uiteindelijk aan, soms verzet jij in twee seconden meer werk dan je in twee maanden verzet. Ik voel me soms schuldig, bekende de mol met hernieuwde bezorgdheid, dat mijn plezier niets bouwt. Hmmm, dacht de mus na, hmmm. Ik hou van graven, ging de mol verder, en ik kan ook goed graven! Maar ik kan niet vliegen zoals jij. Ik zie niet waar mijn tunnel eindigt. Dus soms stop ik met graven en denk ik na of ik nu de juiste lijn graaf. Dat helpt niet, want ik kan niet vliegen zoals jij. Hmmm. Begrijp je mijn probleem? Ja hoor, piepte de mus, als je zo onbehoedzaam te werk gaat zal er altijd een moment zijn waarop je je verschrikkelijk verknobbelt met je tunnels. Onbehoedzaam? Ik ben toch net zeer behoedzaam? vroeg de mol. Ik ga niet overhaast te werk. Integendeel. Ik begrijp, zoals je zelf aangaf, dat ik moet wachten op de geïnspireerde halve seconde. Ik moet wachten op het toeval dat mij goedgezind beloont met een herkenningspunt, met het samengroeien van de tunnels in mijn vizier. De mus antwoordde: het talent de ene tunnel met de andere te verbinden is het enige wat van belang is. Alleen tunnels die op elkaar aansluiten en zich in het geheel voegen, zijn waardevol. De gedecideerdheid van de mus bracht de mol luidop aan het twijfelen: Eeuuum, ja, sorry hoor, maar vergeet je niet dat alles wat je in het geheel ziet ook afzonderlijk bestaat? De mus zette door: nee, elementen die het geheel vormen gaan niet aan de gehelen vooraf. Het geheel bepaalt de elementen, niet omgekeerd. Is dat zo? bracht de mol zachtheid. Ik denk eerder dat er sprake is van een wisselwerking tussen het geheel en de elementen. De mus zuchtte diep. Toch ging de mol voorzichtig verder. Het zijn twee bewegingen die tegelijkertijd en voortdurend aan de gang zijn. Jij en ik moeten… Je kunt jaren tunnels graven, onderbrak de mus de mol, zonder één stap verder te komen bij wat aan het begin je bedoeling was, toch? Maar je weet toch ook niet of die bedoeling de beste optie was? Onderweg weet je toch veel meer dan aan het begin? Dat is logisch, bevestigde de mus, die hele ontdekkingstocht van jou is voor mij heel voorspelbaar. Ik heb ze bij wijze van spreken al helemaal begroot. Alle kennis en ervaring die jij tijdens het proces opdoet is mij al duidelijk aan het begin. De kennis van het geheel kan niet afgeleid worden uit één element, maar uit het geheel worden de elementen wél zinvol. Oei, verstilde de mol. Hij voelde de frustratie van de mus opkoken. Ik vrees dat ik niet akkoord kan gaan. Als je in de diepte wil werken, begon de mol zijn weerwoord, dan moet je begrijpen dat er verschillende overzichten tegelijkertijd om de voorrang strijden. Vallen telkens dezelfde details je op, dan wordt toch telkens hetzelfde besluit geïmpliceerd? Ik kan die details benadrukken waardoor één van de vele overzichten in hetzelfde beeld meer opvalt dan de andere. Als jij iedere dag over dezelfde plek vliegt, dan ga je je na verloop van tijd focussen op dezelfde details die cruciaal zijn voor dat ene overzicht. Het overzicht van eergisteren wordt het overzicht van morgen. Iedere dag roest het overzicht dat je kent zich sterker in je vast. Jij, rechtte de mol trots de borst, hebt last van tunnelvisie! Ik heb last van tunnelvisie?! lachte de mus schel en verontwaardigd. Ik vrees het, bevestigde de mol bezorgd. Toch zie ik veel sneller, verdedigde de mus zich, waar de verstoppingen en knobbels zich bevinden in jouw graafwerk. En waar de vallen en de bommen. En in welke richting de tractor rijdt, die tractor die jou straks vermorzelt! Dat is zo, antwoordde de mol, een breder overzicht trekken onthult altijd weer een nieuwe betekenis in wat je na al die tijd eenduidig leek. De mus knikte, ja, helemaal akkoord! En meer zelfs: zonder overzicht ben je niet alleen blind voor wat komt, je bent ook blind voor wat is. De mol verplaatste zijn gewicht nu voorover. Zodra zijn snoet nat werd schrok de mol weer recht. Mag ik je nu wat vragen? vroeg de mol. Ja…. aarzelde de mus. Sluit je ogen. Verward kantelde de mus het hoofd. Om onbekende reden plooide en strekte hij ook een poot. Sluit je ogen, vroeg de mol nogmaals; nu, hoewel steeds voorzichtig, met meer bevel. Stilte overheerste. De mol vroeg: zijn je ogen gesloten? Jawel, loog de mus. Wees eerlijk, vroeg de mol, want nu zie je wat ik altijd zie… Ja? Ben je bang? vroeg de mol. Ik vermoed dat je toch een beetje bang bent? Ik ben niet bang, zei de mus, maar ik begrijp dat je bang kan worden. Voel je nu niet, vroeg de mol, dat je al die tijd blind bent geweest voor de blindheid van de blinden? De mus fronste. Je ogen zijn gesloten hé? vroeg de mol. Ja, loog de mus opnieuw. Voel je nu dan niet dat de dingen die je daarnet zag, het midden van mijn snoet bijvoorbeeld, zodra je je ogen weer opent een beetje anders kan zijn dan je nu denkt? Hmmm. Voel je niet dat het overzicht dat je gepresenteerd krijgt zo kan ontkracht worden door nieuwe kennis waar je per toeval op stoot? De mus wachtte af of de mol klaar was met het bewijzen van zijn punt. Hmmm. Ik moet er dagelijks in geloven dat de tunnel die ik graaf op een dag uitkomt op een tunnel van een collega. Dan warmen we ons aan elkaar, lachen we met elkaars moppen, spitsen we ons aan elkaar, beuren we elkaar in onze onzekerheid op, en graven we weer verder. Voel je wat dat betekent, nu je je ogen sluit? Hmmm. We houden ons aan elkaar sterk: anderen geloven ook dat de tunnels op een dag die prachtige tekening zullen vormen, dus ik ook. En opnieuw omgekeerd, benadrukte de mus. Ja, we steunen elkaar. Jullie delen het vraagteken verpakt in een antwoord rond, zomaar, terwijl ik het ware antwoord zie. De mol antwoordde: de maat die jij gebruikt om het overzicht tot je te nemen is ook een maat die je jezelf oplegt. De mus volgde in deze redenering, hoewel fronsend: Ja, natuurlijk!Wat is daar verkeerd aan? De mol lichtte toe: waarschijnlijk volg je de maat van de mussen die je omringen. De mus knikte opnieuw, weifelend. Die maat is ook niet absoluut. Ze is dubbelzinnig. Ook jouw ultieme beginsel dat alles verankert rust op gewoonte. Ook jij bent veroordeeld tot de terreur van het toeval. Wij zijn niets dan puzzelstukken in de hoogte tot torentjes opgestapeld. Allemaal goed en wel, plensde de mus in het water, maar volgens jou ben ik dus eigenlijk nooit ergens? Ik bevind mij steeds in een toestand waar alle afnames zowel als alle toenames stijgen en dalen. Er is voor mij dus nooit een punt waarop ik van de dingen kan uitgaan zoals ze zijn? De mol schudde gedecideerd het hoofd, en voegde toe: al een geluk dat we niet die twee in elkaar vernestelde slangen zijn, uit die fabel, waarin niemand nog weet wie wie is. Je bedoelt die cartoon, merkte de mus op. Ja, oké dan, een cartoon, ja, verzuchtte de mol verveeld.
Toen schoot de mus plots en pijnlijk stil weg. Maar laat ons nu eerlijk zijn, mus, ging de mol verder, ieder detail kan het overzicht toch zo omkeren? Ik heb hier de macht. Ik bepaal de waarheid van wat jij daar uit de hoogte ziet. In het ongewisse over de mus die was weggeschoten jutte de mol zich verder op; jouw positie is een positie uit hoogmoed. Jouw zelfzekerheid is hoogmoed. Jouw overzicht is hoogmoed. Dat zal je pijnlijk duidelijk worden zodra een vogel die hoger en langer kan vliegen dan jij jou slechtgezind wordt. Maar een dier dat dieper dan mij graven kan, komt niet noodzakelijk tot meer kennis. Dat dier is mijn gelijk, want we zijn beiden overgeleverd aan dezelfde willekeur. Jij die alleen de grote gehele waarneemt, botst op vormen, verbindingen, leegte. Daar vanboven denk je dat je alles ziet, maar eigenlijk zie je niets. Jij praat voortdurend over straks. Jij denkt voortdurend aan wat je iets verder zal zien. Doordat je altijd op afstand blijft, ben je ook niets. Naarmate de mol zichzelf hoorde praten, voelde hij zich schuldig om zijn aanval. Hij dacht dat de stilte van de mus die ondertussen was vertrokken, dit onderstreepte. De mol zuchtte, waarmee hij zijn bereidheid toonde tot een compromis te komen.
Een Italiaans spreekwoord zegt dat de kabouters meegroeien met de paddenstoelen. Het overzicht verandert dankzij de details: de details worden enkel begrijpelijk dankzij het overzicht: deze twee bewegingen zijn tegelijkertijd voortdurend aan de gang. Is dat niet zo? vroeg de mol in het ijle. Wij zijn er samen toch toe veroordeeld ons voortdurend te bekommeren om de bekommernissen om de balans die we tussen diepte en overzicht horen te bewandelen?
Geschiedenis van mijn woede // Anthologie van het enthousiasme is een boek waarin de mol zijn tunnels graaft.
Wordt vervolgd. Blijf hier op de hoogte.